Verdwenen landschappen: maak kennis met de Pinna
De Pinna is een weekdier met twee opvallend grote, waaiervormige schelpen. De oudste exemplaren dateren al uit het Carboon (359 tot 299 miljoen jaar geleden). Ook in afzettingen van zand, klei en schelpen uit het Mioceen en Plioceen (23 tot 2,5 miljoen jaar geleden) worden fossielen van de Pinna teruggevonden.
Een volledig exemplaar van dit weekdier vinden is vrij uitzonderlijk, omdat de schelpen erg dun en uiterst breekbaar zijn.
De Pinna leeft in zee op een diepte van ongeveer 0,5 tot 25 meter, en soms zelfs dieper. Ze komt voor samen met andere weekdieren zoals Glycymeris (amandelschelpen), Pecten (mantelschelpen) en oesters van het geslacht Ostrea. Tussen deze schelpdieren kropen ook talrijke zeeslakken. Daarnaast waren er gravende soorten zoals Echinocardium (hartegels), die voortdurend door het zand woelden. De Pinna zelf kiest echter voor een vaste plaats op de zeebodem.
Via de zichtbare, waaiervormige bovenranden filtert de Pinna voedsel uit het instromende zeewater. Kleine garnalen of krabbetjes die samenleven met dit weekdier profiteren mee van het verzamelde voedsel — een mooi voorbeeld van voedseldeling. Pinna’s staan zelf ook op het menu van zeesterren, krabben, roggen en roofslakken.
Wist je dat er vandaag nog steeds enkele soorten van dit weekdier voorkomen in warme zeeën met een gematigd klimaat, zoals bijvoorbeeld de Middellandse Zee?
Je kan de Pinna bewonderen in de tentoonstelling Verdwenen Landschappen in StoreAges. Je vindt het exemplaar in de bovenste schuif van de ladekast.
Terug naar overzicht