De gryphaea arcuata uit het Jura
De geologische tijdscapsule van Verdwenen landschappen in StoreAges heeft een lade met fossielen uit het Jura-tijdperk. Het Waasland bevond zich toen op de bodem van een tropische, ondiepe zee. De zeebodem was bedekt met fijn sediment dat door rivieren vanuit het vasteland naar de zee werd afgevoerd. Samen met kalkskeletjes van plankton, fragmenten van schelpen, uitwerpselen van zeedieren ⊠ontstond een slibrijke, kleiige zeebodem, een ideale locatie voor de gryphaea arcuata, die behoort tot een van de oudste oesterfamilies, de Ostreoida.
Deze oestersoort kon met zijn zware, bolvormige linkerklep makkelijk in de zachte zeebodem wegzinken. Enkel de veel kleinere en vlakke rechterklep was zichtbaar aan de oppervlakte. Wat heel erg opvalt aan beide schelpen van deze bivalve is dat de duidelijke groeilijnen. Hoe meer groeilijnen je telt, hoe ouder het dier.
Een ander voordeel van de asymmetrische bouw van de gryphaea is de mogelijkheid om bevruchte eitjes of vroege larven in de mantelholte van de schelp bij te houden of uit te âbroedenâ. Door het âbroedenâ worden deze larven pas vrijgelaten als ze groter en sterker zijn. Hierdoor is er minder kans dat ze verstikken in het troebele water van de ondiepe zeeĂ«n en vestigen ze zich vlak bij hun âoudersâ. Zo ontstaan âoesterbankenâ.

Gryphaea deelden de zeebodem onder meer met pecten en lima, maar ook met hun natuurlijke vijanden zoals zeeslakken, -egels en -sterren. Boven de zeebodem zwommen of zweefden ammonieten, de eerste beenvissen en ichthyosauriërs (soort zeereptielen). Hun voedsel (plankton) filterden de gryphaea uit het zeewater.
Belangrijkste vindplaatsen van deze uitgestorven oestersoort zijn te vinden in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, maar ook in diepere lagen van de Vlaamse bodem kunnen gryphaea bevatten.
Wist je dat deze uitgestorven oestersoort de bijnaam âduivelsnagelâ heeft? Door de sterk gekromde vorm van de linkerhelft van de schelp en het versteende uiterlijk van het fossiel werden ze in de middeleeuwen aangezien als versteende nagels van de duivel. In sommige streken werden ze zelfs gedragen als amulet tegen reuma.
Ga op zoek naar de gryphaea in de expo Verdwenen landschappen. Je vindt dit fossiel in de voorlaatste schuif van de ladekast, bij de Jura-periode.
Terug naar overzicht